Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fï Samuels XVIII. vs. i—ij- 5<>9

Vorst, bepeinzende , hoe toch gemaklijkst David uit den weg te ruimen, vindt, na veel door het hoofd te hebben gehaald, best , hem een huuwlijk met zijne oudfte dochter voorteflaan. Dit ontwerp fchijnt hem een meesterftuk van ftaatkunde. Zoo zal hij zijn koninglijk woord houden , en geeven het geen hij beloofd had ; en tevens zal hij dit ftuk zoo beleggen , dat David, naar alle gedachten , het leven er bij infchieten , en hij , Saul, bij al de weereld buiten opfpraak blijven zal.

Laat ons eerst den aanleg van dit werk hooren. — Derhalven , de zaaken met David ftaande , gelijk wij zoo even hoorden , zeide Saul , zekerlijk op een' zeer vriendlijken toon , tot David : Zie — en wat zal er te zien en te verneemen zijn ? mijne grootjle, mijne oudfte dochter, Merab, die zal ik u tot eene vrouwe geeven. Ziet Saul , een man van zijn woord, en tevens, wie twijfelt er aan? van wijs beleid ! Nu David, door deugdlijk gedrag , de liefde en achting der naatfij gewonnen heeft, wil Saul niet in gebreke blij. ven , van zijne achting voor , ja van zijne liefde tot David , blijk te geeven. Prijslijk immers!

Dan hoe hoog Davids achting ook gereezen ware, Saul is bezorgd, die nog hooger te doen rijzen. Alleenlijk, zegt hij, wees

mij

Eindelijk verklaart Saul, zijne Jachter Merab aan David te willen geeven i

maar indedaadzijnen dood bedoelende*

Sluiten