Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5io TIENDE LEERREDE.

mij een dapper zoon , en voer den krijg des HEEREN. — Maar David heeft, o Koning ! hier van reeds zoo veele proeven gegeeven. Dat is zoo. Maar het fchijnt dat Saul wilde , dat hij nog voor de voltrekking van het huuwelijk, door eene of andere gevaarlijke onderneeming, een doorluchtig blijk van zijnen heldenmoed zou geeven. Ook maakt hij deeze voorwaarde , dat hij , gehuuwd zijnde, ftaat moest maaken, niet aan het hof te leeven , met zijne vrouw, maar in het veld , met den krijgsman. Dan , is zulk een befchik niet vaderlandlievend.? Dat deeze deugd meermaalen werd voorgewend , ten dekmantel, van fnoode ondeugd, leeren de gefchiednisfen van alle tijden. Hier moest ze dienen , om fnoodlijk het leven van 's lands verlosfer en fieraad te belaagen.

Want, dus was het met de zaak gelegen, Saul zeide: dat mijne hand niet tegen hem zij. Trouwends , Saul, dit is u, hoe gaarn gij het wildet , niet te raaden. Tweemaal hebt gij zulks , doch met mislukkenden uitflag , u tot fchande , ond rnoomen ; en thands , daar Davids achting zoo algemeen gevestigd is, het t: n derdenmaale te beproeven, zou voor uzelven doodUjk kunnen zijn. door der — Wat dan ? Maar , zegt b| , dat de hand FUhtij- der Filistijnen tegen hem zij , en bij door hun iienb*n 'zmaj.£ omkoomc. Ziet daar Saul, in fchijn

ge-

Sluiten