Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

Miehal, Mus f fchen, j heeft Da- « vidlief. I

J

1

|

1 <

]

S>«/,

richt

daar van

krijgende,

ver-

klaart,

haar aan

David te

•willen

geeven.

14 TIENDE LEERREDE.

Merab , ja , heeft zich van David ontjagen; doch Michal, de jongere dochter Sauls, adïle, David lief. Deeze genegenheid voor )avid , moet zij door woorden en gedraaingen zoo hebben ontdekt, dat anderen die emerkten. Trouwends, zoo zij het gedrag an haar' vader hebbe misprcezen , het tuuwlijk van haar zuster met Adriel, hebbe fgekeurd , onder des , David zeer beklaa;ende , en naar waarde prijzende, heeft men igtlijk kunnen merken , wat in haaren boe;em fchuilde ; vooral, indien zij , daar over mderhouden, verklaard hebbe, dat, ware zij ian David verloofd geweest, zij, verre van ïaar zusters voetfpoor te volgen , 'het huuvelijk , in weerwil van alle kunstenaarijen , kou voltrokken hebben.

Toen dit Saul, door den een' en anderen , te kennen werd gegeeven, zoo was die zaak recht, goed en billijk, in zijne oogen — niet, om aan de neiging van zijne dochter, vooral niet, om zijne verpligting aan David, maar om de drift zijner moordzugtige boosheid, te voldoen. En, dit dacht Saul niet flegts, maar hij zeide het tot zijne vertrouwelingen : Ik zal ze hem geeven — is dat niet edelmoedig ? maar , zegt hij , dat ze hem ten valftrik zij. Vloekwaardig verraad! Wat ftrik wordt David dan nu gefpannen ? En, zegt hij, dat de hand der Filistijnen tegen hem zij, en hij, eer het huuwelijk voltrokken wordt, door hun

zwaard

Sluiten