Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i Samuels XVIII. vs. 1—27. 515

zwaard fneuvele. Daarom, ten einde dit fnood ontwerp listig te kunnen uitvoeren, zeide , aan den eenen kant , Saul tot David: Met de andere (r) dochter, met Michal, zult gij heden, van nu af, bij ondertrouw, mijn Schoonzoon worden. En Saul gebood, aan den anderen kant, zijnen knechten : Spreekt, bij voorkoomende gelegenheid , met David in *f heimelijk , als uit eigen beweeging , met een voordoen van hartlijke toegenegenheid en. diep vertrouwen, zeggende: Zie f de Koning, wiens genegenheid te uwaards , gij , wegens het gebeurde met Merab, waarfchijnelijk verdenkt, heeft waarlijk, zijt er van verzekerd, lust aan u , en alle zijne knechten , niemand uitgezonderd , hebben u lief. Nu , dit zal David gezegd worden ; doch waar toe? Word dan nu des Konings fchoonzoon. Het fchijnt , dat de fchrandere David Sauls vriendlijken voorflag wel gehoord, maar, of met zwijgen, of zoo beantwoord hebbe, dat Saul begreep, dat David zich des weinig bekreunde. Men moest dan , doch met goed beleid , lieden van rang gebruiken , om hem overtehaalen. En de knechten Sauls, dien Jast gekreegen hebbende, fpraken d:eze, hun in den mond gelegde, woorden, voor de ooren Davids.

Dit

(r) d'ntya Cum duabtts fed numerale cardinale fumitur , quoque pro ordinali. Glassii Gram. Sac. Can. X1F. Et Sc hm 10. ad b. I.

Kk 2

>

en laat hem tot dit huuw* Hik aanCpooren.

Sluiten