Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Ook , dat niet de be ftellinzen der t 'onrzienigbeid,maar Gods lV»ord, onze rrgc moet zijn

£12 EENENTWINTIGSTE LEERREDÈ.

Ziet gij dan ooit, o Christen, Gods Kerk belaagd, de waarheid van het Evangelij door het ongeloof beftreeden, godvrucht en godvruchtigen vervolgd , het Vaderland door loosheid cn boosheid benard , uw eigen perfoon-, recht, belang, en zaaken, door het fnood beleid van gewelddrijvende godloozen, in uiterfte ongelegenheid gebragt; .geef echter den moed niet geheel verlooren. Daar menfchen verftand ftilftaat, is bij den Heere raad ; daar menfchen hulp het op moet geeven , is bij den Heere kracht. Dezelfde God , die den vervolgenden Saul, door zoo zonderling een' weg, in de hand van den vervolgden David gaf, leeft nog. Zie, o Christen , op den Heere ; bij Hem zijn uit» koomsten tegen den dood.

1. Dan in welke beproevingen de Chris-, ten ook mogt koomen, hij moet, wachtende op den Heere, zijnen weg houden. En daar toe dient, dat wij hier ten vierden leeren : „ Dat wij nimmer de beftellingen van ,, 's Heeren Voorzienigheid misduiden , en

die dan ten regel van ons gedrag ftellen , .„ maar ons houden moeten aan den duidclij„ ken regel van Gods Woord". — Door 's Heeren beftuur, koomt Saul, zonder zulks te weeten, in dezelfde fpelonk, waar in David was. Wat zegt dit ? Davids mannen denken , dat de Heer door fpreekend beftuur zegt: Zie daar, David, ik geef uwen bloed™

• • dors-

Sluiten