is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W° XXXI. LEERREDE.

zijne legerhoofden, dezulken heeft — niet die flegts gebreken hebben , maar die onge* regeld, die trouwloos, die onrechtvaardig, dié verraaderlijk zijn ? — Is de wet der natuur, en de natuurlijke Godsdienst, van welker genoegzaamheid en kracht fommigen zoo hoog apgeeven , niet godlijk en goed , omdat alle menfehen , en veelen zoo grouwelijk , tegen dezelven zondigen ? ■— De zonden der belijders van het zalig Evangelij, moeten elk, dié wel denkt, bedroeven; maar zich, ten nadeele van 's Heilands dienst, aan dezelven te ergeren , is beklaagelijk onverftand — en zulk eene ergernis voortewenden , om zorgeloozef de zonden te dienen , is doemwaardige huichelaarij.

Maar wat is er van hun, die onder de volgelingen van den tegenbeeldigen David , indedaad Belials mannen zijn? Geen woorden zijn magtigom de fnoodheid van hun beftaan, en het rampzalige van hunnen toeftand, uittcdrukken. Wat heeft het in zich, de Genade Gods te veranderen in ontuchtigheid! — met gemaakte woorden den weg der gerechtigheid te verkiezen , en met hart en daaden , dien der onrechtvaardigheid cn ongerechtigheid te bewandelen ! - - de waarheid te belijden, en door ongerechtigheid die te onder te houden! — zich in fchijn aan den heiligen dienst van Jefus te verbinden, en indedaad naar het vleesch , en de onreine begeerlijkheden, te leeven! — zich

een