Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'2'Samuels VII. vs. ï—16. 50$

heeft bij de weereld flcgten dank te wachten. Koningen zelfs, en Vorsten — Nehemia zij hier getuige — hebben dit ondervonden. Gebeurt u dit, o Christen ; gij weet, het is een klein verlies. Het zou ook dwaasheid zijn , op 's weerelds erkendtenis rekening te maaken. — Weet dit , uw arbeid zal niet ijdel zijn'in den Heere. En kunt gij niet bearbeiden of uitwerken, het geen gij, uit goede beginfelen, en op eene godvruchtige wijze, gaarne hadt willen doen; de Heer !— wees des verzekerd — neemt een welgevallen in ïiwe goedwilligheid, en zal toonen , een belooner te zijn der geenen die Hem zoeken. En groot is uw loon in de hemelen!

In de hemelen, ja! — maar ook niet zei- ook inden den op aarde. God beantwoordt meenigmaal *'ia' de liefde van zijne kinderen, ook daar door, dat Hij hun huis bouwt. — Het is zoo, er is , die zegt: Ik gaa zonder kinderen * heen, en de bezorger van mijn huis , is deeze Damasceener , Eliczer. Het is zoo , er is, die zegt: De Heer had mijn huis gebouwd, doch heeft het weder afgebrooken, zeggende: Schrijf deezen man kinderloos. — Maar gij weet, godvruchtigen, de Heer heeft meer dan éénen zegen. En zal Hij, die u zijnen Zoon gaf, u niet alles met Hem fchenken ? — Dan er zijn bewijzen , dat God hun , die lust hebbtn om aan zijnen Tempel te bouwen , een huis bouwt, het zelve zegent, en beftendig maakt.

Dit

Sluiten