is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Samuels X. vs, i-i^j; XII. vs. 26-31. 169

„ Heenen". ■— Zeker geleerd man (r) , heeft in eene uitvoerige Verhandeling, deeze vertaaling en verklaaring verdeedigd; doch hij verkiest de laatfte woorden dus overtezetten : Nadat hij hen , met hunnen Koning , had doen overtrekken. En deeze verklaaring wordt onderfteund , door de volgende aanmerkingen. Het is bekend, dat men oudtijds gewoon was, de overwonnen volken uit hunne woonplaatfen te doen verhuizen. Ook , dat men hen aan meer of minder flaafsch , immers moeilijk werk , dienstbaar maakte (s). Waar bij koomt, dat David veel gebouwen aanleide , en voorraad befchikte tot den Tempelbouw ; tot de bewerking van welker bouwftoffen, hij veel volks noodig had. — En dat Kanaan metaalen en ijzermijnen had, blijkt', uit het geen wij aangaande dit land leezen (t). Om deezen te bewerken, gebruikte men, onder anderen, die geenen, die door de wapenen overwonnen, en onder flaavernij gebragt waren. Vreemd kan het dan niet fchijnen, dat David de Ammonijtifchc manfehap, vooral het krijgsvolk, daar aan te werk ftelde.

En

(r) j. A. Danzius, in Tbefaur. Hasaei g? IK en 11, Tom. I. pag. 664..

(si Uanzii /. c. §. XXX.

(cj Deuteron. Flik 9; Ezecbiel XXVII: 19. — Vide Bochart. Hieroz. Part. 11. Lib. 111. CapXIII. Col. 437. feqq.

L 5