Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Samuels XV. vs. i—26. 51J

langd'uurende regeering, worden zij, die niet krijgen 't geen zij zochten , eene misnoegde meenigte. —■ Het volk , al doorgaands, vindt vermaak in verandering, en belooft zich daar bij meestal verbetering. — Hier bleef de omwendtehng in het zelfde Koninglijk huis. Het verfchil was , een' oud man — of zijnen zoon, een' jongen Prins, tot Koning te hebben 5 en het laatfte fcheen men best te houden. — Abfalom had zich, door vleierij, van de harten van een groot deel der naatfij meester gemaakt. — Joab, en andere Staatsdienaars , hadden , door moedwil, hunne perfoonen, en daar door de regeering, bij veelen gehaat gemaakt. Dit alles werkte nu op eenmaal te faamen. Maar vooral, God wil Davids zonden thuis zoeken; zijn zoon moet zijne roede worden. ■— En hoe zwaar treft deeze flag! .—■ Proeft, wat het is , voor een' deugdzaam Vorst, eenen opftand tegen zich te zien uitbarsten ! — Proeft, wat het is, na zooveel arbeids en zwoegens , na zooveeie bloedige oorlogen doorgeworsteld , Kerk en Staat gevestigd , en geheel de Naatfij aan zich verpligt te hebben —■ nu oud, afgewerkt en afgeleefd , van zijne kroon beroofd , van zijn volk verlaaten, en van zijne eigen Raadslieden verraaden te worden ! — Proeft, wat het iri zich heeft, dat hem dit onheil door zijn' eigen zoon gebrouwen wordt ! — door eeneri zoon , wien hij het verbeurde leven , wederkeering uit ballingfchap, toegang tot zijn hof,* Kk 2 én

Dit treft

David

le'weidig.

Sluiten