is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Samuels XVIII. vs. 19—33. 215

nitkoomst, tot bittere droefheid konde fïrekkcn. Vriendlijk poogt hij , derhalven , deezen jongen Priester van dit opzet te wederhouden ; hem beloovende , op anderen tijd, en bij aangenaamer gelegenheid , hem zulk een' begeerden post te zullen opdraagen. — Zoo weet de boosfte , de onbefcheidenfte , daar hij zulks dienstig oordeelt , de befcheidenheid in acht te neemen. — Joab geeft deezen last aan zekeren Cufchi. Men meent — indien dit niet 's mans eigen naam was — dat hij een Ethiopiër, immers een vreemdling , uitu de zuider landftrceken , misfehien een van Joabs wapendraagers , en medefchuldig aan Abfaloms dood, geweest zij. Hij beveelt hem , den Koning aantezeggen, wat hij gezien hadde. — Joab dacht : Wat ook deezen bij den Koning gebeurt, en hoe hij ontvangen wordt , dit1 zal van weinig gevolg zijn; aan hem is niet veel gelegen. •— Cufchi buigt zich , wegens zoo groot eene eer , bcleefdlijk voor den Veldheer , en begeeft zich aanftonds op weg. — Dan Ahimaaz, ten hoogften ingenoomen met de gezegende overwinning , cn meer denkende op David , Koning van het Rijk, dan op David, vader van Abfalom — dringt bij Joab aan , om toch Cufchi te moogen achter naloopen , en aan David — er kwame dan van wat er wilde — zoo heuglijk eene tijding te brengen. — Joab, zijnen perfoon voor zulk eene ontroerende boodfehap te waardig keurende, zoekt hem, O 4 op

die liever

Cufchi

afzendt.

Dan Ahimaazaanhoudende,