is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai 6 LXII. LEERREDE.

laat Joab eok hem gaan.

Men ziet

hit r een hliik van goede kri gstucht.

?p inneemende wijze , van die gezindheid aftebrcngen. —1 Dan Ahimaaz begeerte was ■ zoo groot, zijne drift zoo fterk , dat Joab, des verzoekens moede , tot hem zegt: Loop ; heencn.

Laat ons, terwijl deezen loopen, een* oogenblik flilftaan. — De onkunde van de gevleidheid der zaaken in overoude tijden —■ de ingenoomenheid mee die van onzen tijd —: en de voordering in eenige takken van konsi ten cn weetenfehappen , in laatere eeuwen; doen ons ligtlijk denken, dat van ouds, meest alles woest en onbefchaafd was — dat orde en geregeldheid, de bezitting onzer eeuw zijn. Er waren , die ons het oude Joodfchc volk affchilderden, als ware het een hoop woeste bafbaaren geweest, en bun doen en beleid, de vrucht van onbezonnen domheid en drift. De Vrijgeesterij nam zulke denkbeelden , om daar door den heiligen Godsdienst te kwetfen , greetig aan. — Maar ik bidde u , befchouwt hier de juiste orde —■ de flipte krijgstucht — de volkomenfte onderwerping! Niemand onderwindt zich , of zelf naar Mahanaim te gaan , of iemand derwnards te zenden. Ahimaaz verzoekt, het te moogen doen. Cufchi krijgt bevel , het te moeten doen. En Ahimaaz, hoe zeer hij ook wilde, durft, zonder des Veldheers goedvinden , geen' voet verzetten. — Zijn wij in fommige dingen de ouden voorbijgeftrcefd ; hoe wenichelijk , dat

wij