Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 SamuelsXXI. vs. 15-22; XXII. vs. 1-51. 5«5

50. Daerom fal ick u, 0 HEERE, loven onder de Heydcnen , ende uwen mme fal ick gsalmfingen.

51. [Hy is] een toren der verlos fingen fijns Konings: ende hy doet goeder tier enheyt aen fijnen Gefalfden, aen David ende aen fijn zaet, tot in

~ eeuwigheyt.

Des avonds , dus zingt onze David, vernacht het geween ; maar des morgens is er gejuich (a). Bewoordingen , door weiken hij aanduidt, dat gelijk bij anderen , zoo ook bij hem , weenens en juichens ftof veelal eikanderen afwisfelden ; en dit niet alleen, maar dat die wisfeling meenigwerf zeer fchielijk en onverwacht gefchiedde. — Des avonds, wanneer het heuglijk zonlicht wijkt, cn alles in akelige donkerheid omzwachteld wordt, vertoont de naderende nacht, met treurig ge. laat, een zinbeeld, niet fiegts van veel ramp en droefheid; maar het is ook een tijd, waar in de droefheids ftof zich duidelijkst aan het verftand voordoet, en met al haar gewigt het hart beklemt en perst. Te meer, wanneer de droefheids ftof des avonds doet weenen, en daar door fchijnt aantekondigen, dat zij aldaar zal vernachten. — Gewis, zeer neder-

druk-

(a) Psalm XXX: 6.

Ü 5

Da: wce-

«tnsfiuf*

wegens rampen i

Sluiten