is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i Kronijken XXVII. vs. 1—34.. 231

Oppervorst vorstlijkc inkoomsten noodig heeft, zal eik erkennen. Zijne noodige uitgsaven zijn altoos groot, en fomtijds buitengemeen groot. En ongelukkig dc Vorst, die, in ftede van weldaadigheid te kunnen bewijzen , op wcldaadighcid moet vrachten !. ■— David dcrhal-. ven , had groote inkoomsten. Die allen optegeeven , is thands mijne zaak niet. Hior moeten wij alleenlijk opmerken , ,dat David zeer veele cn groote Domeinen , of heerlijke landgoederen, der krocne eigen , bezat, welken ten voordccle des Konings bearbeid werden. Dus had hij-zijne zaailanden — zijne wijnbergen —■ zijne olijfgaarden — zijne bosfchaadjen van wilde vijgeboomen — zijne runder- kemelen- en ezelinnen kudden ; ook die van klein vee.

Dan het is niet genoeg, uitgeftrektc goederen te bezitten ; hoogst noodig is het, dat die wel beftuurd worden. — David had over. zulks — behalvcn Azmavcth, Schatmeester over zijnen fchat te Jerufalem ■— ook Jonathan,-over de koninglijke fchattingen van het platte land , de fteden , dorpen , cn torens; dit zijn hier , genachten in dc woestijnen , daar de herders hun verblijf hadden, en hunne kudden verfaamelden. — Wij zien, David had ook, over elk gedeelte van zijne bezittingen en inkoomsten , eenen opperbeftuurder , wien de zorg was aanbevoolen , dat veld en gewasfen wel bearbeid , het vee wel bchanP 4 . dcldj.

Zijne iroete zjederet,

ciïchfcn «oed beduur.