is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i Kronijken XXVII. vs. 1—34. 241

landers tot laage flaaven van der vreemder; dwaasheid maakt, 's Heeren Gemeente ontroert, Gods toorn tegen ons ontfteekt, den zegen verbant, en uit eigen aart een bron van zonden en rampen is ; kunnen wij dit fktik nimmer genoeg op het hart drukken , en onzen kinderen met beleid infeherpen..

1. Onze vierde aanmerking zij deeze; „ Eischt het tijdlijk belang van een volk zoo „ veel befchikking , op het krijgs- op het Staats- op huis- en hof beftuur ; welk eene zorg moesten wij dan beftecden , omtrent „ ons eeuwig belang !" — Reeds heb ik dit met een woord herinnerd ; maar het gewigt der zaak vcrpligt ons, hier op nog nader aantedringen. —- Vertegenwoordigen wij ons daar toe , het groot onderfcheid , tusfehen dit, en andere belangen. — Andere belangen zijn flegts voor het ligchaamlijke ; dit, voor ziel en ligchaam beide. — Andere belangen raaken flegts deeze aarde ; dit, hemel en aarde beide. •— Andere belangen zijn maar voor den tijd ; dit belang is voor den tijd en de eeuwigheid. — Andere belangen hebben wij gemeen met Heidenen; dit belang, is de zaak van den verlichten Christen. —• Andere belangen maaken ons, wat nut zij ook geeven, nimmer gelukkig ; maar dit belang maakt eeuwig zalig! — En hier is voor ons de groote zaak, dat wij, die van natuur onder de magt en in den dienst van den vorst der duisternis VII. Deel. q zijn>

Foords, dat wij vooral ons eew wig belang moeten behartigen.