is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 85 )

Wfffl1 onnoodige zorgen, zich voorbereiden. En zich in den Heere vertroosten. . . vil. 5u_5I4.

LXXXV. Leerrede. zSamuth XXIII. 1-7,

Vervolg. VII. 5r5. volg. Daar in de weereld vee! gebeurt, wordt het gewigtigfte met reden te boek gefield. Hetwelk dienftig is tot mutige einden. lnzonder,^fd ^

ATZ\e\rmnde ftnVende menfchen- Vooraf aangaande het afrterven van David. 515-517. Wiens vocb-Id wij moeten volgen. Waar van'veelen verre af Z óf waar in verkeerdlijk gehandeld wordt. Het welk de uirer»e dwaasheid is. 517-520. Om wel bereid te zijn, is

HSL!!1" ,ZÜ° feer bij hetfterven' zijne verwachting te leiden, als wel, dat men met David goede gronden hebbe. 520-522. Omtrent de woorden der ftervenden . ll^VlChzelyen !° zijne verwachting misleiden kan door valfche overlegg.ngen. Waar in men zeer onredelijk onhuJ-Ho^K s°"de«"^chen zeker; dat God zonde, en op hun doodbedde kan bekeeren. 522-527. Voords moeten wij omtrent overledenen verftandiglijk te werk gaar. Gelijk omtrent de meuken van 'ftervenden, tot goed-

XTll T 'emands .ftaat- Waar in «"'J fei'en kunnen. Schoon de vroome z,jn eigen ftaat, op goede gronden zeker is Voorzichtigheid is hier dan noodig. 0° om

oomerTe "'H't,33"^"^"- 5^~^ ^ moeien ™ opmerken, dat fchoon de vroome reden tot klaagen beeft

ÏÏw /^i °°1 °P het fter^dde, hij nogthans' dankftaf heeft En (fhoon niet altijd het genot, heeft

roL r.gr°n ' 6" meeni«raaal h« genot, van blijden roem, n het ftervensuur. Hoe het zij, daar de zondaar rampzalig fterft, fterft de vroome zalig. J Hij mag dus bemoedig fterven. Waar van de voorbeelden vee? zijn.

Wij zien hier uit . Hoe noodig het is, goedfgrÖnden

derzoe'k'ï VebbeD" Wa°r omtrent ^ °ns moete" ™ oerzoeken. En ons wachten van verderllijke verleiding, ie meer, daar wij niet weeren, wanneer wij fterven zulJen. Het welk, zelfs op de krankbedden vaak uit de gedachten wordt gefield. Hoewel, ten aanzien van den kranken, de getrouwheid met de voorzichtigheid moet geEhI ëT'r lle afkeerigheid van zich tot fterven te bereiden, heeft haaren grond, in het bederf der ziel; en F 3 wordt