is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen, over het leven van David.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ba!)

V O. V R.

_ Of, en hoe dan, de Heere gezegd worde David te hebben aangepord, om 't Vollt te tellen.

Voorzorg. Zie ook Voorzichtigheid.

— Wij kunnen met alle onze voorzorjcn niet voorzien wat ons over't hoofd hangt.

— lVJen behoort ten rechten tijd goede fchikkingen'op zijne zaaken te maaken.

Vi ede. Rw.t. Zie ook Voorfpoed.

— Dat een wijs mensch zijn rust beiieedt tot nuttig werk. Dit wordt bij veelen verwaarloost, ten aanzien van hun tijd!ijk,en vooral van hun eeuwig belang.

— En dat een Godvruchtige in voorfpoed, zijne vermoogens gaarne tot 's Heeren dienst panlegt. Dan veelen hunne rust ontrusten-Je, verzondigen hunne vermogens. En anderen belleeden hun vermogen niet tot 's Heeren dienst.

— Dat men, in rust zijnde, onverwacht droevig kan ontrust worden.

— Vreedzaamheid is eene lofwaardige deugd.

— Dat tijd van vrede de tijd is, om wat goeds te doen.

Vreemdeling.

— Groot getal van vreemdelingen in Kanadn, ten tijde van David. Hij tteldehen te werk. ....

— Da: wij als vreemdelingen op de aarde moeten leeven. ....

Vrees.

— In Saul zien wij, hoe flaaffchc vrees het ftoutüe hart ontwapent.

— De blijken der Godlijke rechtvaardigheid verwekken vrees, ook bij den vroomen. 't Welk de zondaar moet ter harte neemen. ....

Vriend. Vriendfehap. Vriendliikheid.

— Op welk eenen grond, deugdlijke vriendfehap moet gevestigd zijn.

— Hoe het met 's weerelds eer en vriend fchap vaak gelegen zij.

— Waare vriendfehap vordert, dat men zij

D. Bladz. VII. ii.

III. 37«-

445, VIL 375-

IV. 492.

496.

V.541. VI. 423.

VIL rfï;

119. 419.

III. 284.

VIL 98.

I-5*3533-

enn