Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zoodanigen myner Leezeren , die van deeze gebeurtenisfen noch onkundig mochten zyn, in ftaaE te fteilen om dit voortreflyk gedicht met deelneeminge te leezen.

Don ALVAREZ, Spaansch Be-

velhebber IN ZüIDAMERIKA, AAN zynen ZoON.

Vervolg van een gefprek, over de vor eedheden, door de Spanjaarden gepleegd, by de verovering van de nieuwe Waereld.

Het toneel is te Mexiko.

Ach! wist gy eens, myn kind, met hoe veel zielsverdriet Uw vader al die reeks van gruw'len overziet!

De Godheid zondt ons hier om ziel op ziel te winnen; Om dit onnozel volk haar wet te leeren minnen; Om onzen evenmenfch, den armen Indiaan , In deugd, menfchlievendheid, en Godsvrucht voor te gaan; En wy, (ik beef myn Zoon,) wy die ons Chriftnen noemen, Wy waanen dat God zelf dit volk eens zal verdoemen; Dat God, de Alzegenaar, de vader van 't heelal, Dit volk in eeuwigheid van zich verftooten zal!

Wat tegenftrydigbeid! de leer der Openbaaring

Preêkt louter liefde ,en duldt geene andere verklaaring; Zy roept ons vrolyk toe, dat God de zaligheid Voor Chriften, Heiden , Jood, en Turk heeft toebereid; Dat ieder die hem vreest, en naar zyn ftem wil hooren^ Hy zy dan blank of zwart, by hem is uitverkooren. En echter durven wy, of fchoon dit trooftryk licht,

C 3 Door

Sluiten