Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOMMIGE GoDVRUCHTIGEN. 23#

iie duistere ziel, en ontdekte de afgrijslijke donkerheid die in dezelve heerschte. Ontzettende wolken, van Godlijke wraake zwanger, fcheenen mij te dreigen, en vervulden mijne ziel met onlütfpreekelijken angst en benaauwdheid.

Het middel, van welk de HEER.zich bedien* de, om mijn zorgeloos hart te ontrusten, was de Eerw. G. Townsend, een der Leeraarenvan deGraavinne van Huntingdon, predikende over de geduchte woorden, Matth. XXV: 10. En de deur werd geflooten. Nog eene. andere plaats werd mij met kracht op het gemoed: gedrukt , naamlijk Spreuken XXIX: i. Een man, die dikwijls heftraft zijnde, den nek verhardt, zal fchielijk verhrooken worden, zoo dat er geen geneezen aan zij. Deeze twee nadruklijke plaat* fen fcheenen haaren vreeslijken inhoud tegen mij te vereenigen; en daar ik, willends en weetends, mijne oogen en ooren voor alle waarfchuuwingen en beftraffingen geflooten had, dacht ik dat God ook voor altoos de deur der genade voor mij had toegeflooten. Mijne voorige zonden en wederfpannigheid ftonden mij nu leevendig voor oogen, en ik verwachtte, dat ik fchielijk verbrooken zoude worden, zoo dat er geen genee* zen aan zoude zijn. Om mijne zielsbenaauwdheid ten hoogften top te drijven, bragt de Satan tegen mij in, mijne voorige toeftemming in mijne verdoemenis, door de zonde boven heiligheid, en de hel voor den Hemel te verkiezen, en dat het derhalven billijk zoude zijn, indien God mij aanftonds ter helle zond. Thands was ik gelijk aan eenen wechgeworpenen op de vlakte des velds, vertreeden liggende in mijn bloed, zonder hoop, en zonder troost. In mijne voorige

Sluiten