is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaring van psalm LXIII. In negen leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over PSALM LXIII. ©7

den Gods heerlyke volmaaktheden , en weldaden zoude roemen, vermelden en verbreiden. _

a. By zigzelven, zo dat hy de oneindig alles overklimmende hoogheid, en majestueuze heerlykheid Gods zoude verheffen en aan hem toekennen , even als Pf. cxlv : f. ik Zal uitfpreken de heerlykheid der ere uwer tnajeJleit, ende uwe wonderlyke daden, en Pf. civ: 2. ó HEERE, myn God ! gy zyt zeer groot, gy zyt hekleed met majefteit en heerlykheid : daar benevens zoude hy Gods weldaden aan hem bewezen, dankelyk vermelden , inzonderheid ook deze, als het den Heere beliefde, hem uit deze woeftyne van Juda te verlosfen , en wedertebrengen tot het heiligdom, om daar Gods fterkheid , en ere te zien , gelyk als voorheen; dan zoude zyn mond vervuld worden met Gods lof en zyne lippen met gejuich, vergel. Pf. xxxv. p, ïo. Zo zal myne ziele haar verheugen in den Heere, zy zal vrolyk zyn in zyn heil, alle myne beenderen Zullen zeggen , Heere wie is u gelyk, die gy den elendigen reddet van dien die flerker is danhy, ende den elendigen en nooddruftigen van zynen herover, en Pf. xxxi: 22. Gelooft zy de Heere, want hy heeft zyne goedertierenheid aan fny wonderlyk gemaakt.

b. Ook zoude hy den Heere pryzen met Zyne lippen by anderen, door Gods grootheid eh heerlykheid aan dezelven bekendtemaken , eh door het vertellen van de weldaden, welken hy van hem ontvangen had, zeggende, Komt, hoort toe, S alle gy die God vreest, ende ik zal vertellen wat hy aan myne ziele gedaan heeft. Pf. lxvi: 16. Seffens zoude hy anderen opwekken, omdenHee-

G \ re