Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEE R-V E R H A A L E N. m

Elk mensch, die in nood is, verdient ons medelijden; elk, die hulpe noodig heeft, is onzer h,ulpe-waardig, van welk volk, van welken Godsdienst hij ook zijn mooge; hij zij Jood of Christen, Mohammedaan of Heiden. Alle menfehen zijn onze vrienden en naastbeftaanden, onze broederen en zusteren.

Onze deelneeming aan den nood van anderen, ■■ moet niet in een vruchteloos en ijdel beklaagen beftaan , ook niet in eene fchielijk voorbijgaande aandoening van medelijden ; maar dezelve moet zig door daaden openbaaren;, zij moet aanhoudend, en de vracht van eene heerfchende gocdaartig-. heid zijn.

Het Eoninglijk Freugdemaal.

De Koning van een groot rijk wilde eens aan zijne voornaamfte onderdaanen een vreugdefeest geeven. Hij liet hen daartoe noodigen en alle

Ws::^ . • fchW

Sluiten