Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u6 De Leer der Erfzonde I.Boelc.

de Eeuw,der Apostelen. Hoewel er toen, onder de geenen die tot het Christendom bekeerd waren , een groot aantal menfehen gevonden% werden , die uitmuntten in godvrucht; met het grootfte deel der Weereld, en met het meerderdeel der menfehen onder elke 'Naatfij , was het gansch anders gefield. Tegen het laatst der Apostolifche Eeuw, toen er eene meenigte bekeerelingen toegebragt, en het Christendom nog in zijne eerfle zuiverheid was, waren er een groot, getal • menfehen , van een waarlijk godvruchtig karakter. Maar wat zegt de Apostel Joannes van, Gods Kerk in dien tijd, vergeleeken met het overig deel der Weereld ? Wij weeten dat wij uit God zijn,, en dat de geheele weereld ligt in het hoozc (*). ■— En nadat het Christendom tot dien trap de overhand had verkreegen , dat het de heerfchende Godsdienst bij geheele Volken en Burgermaatfchappijen geworden was , bleef nogthans het grootere deel des Menschdoms in zijnen ouden Heidenfchen ftaat; welken Dr. Taylor noemt,, eenen ftaat van groote onkunde en hoosheid. Daar beneven leert ons de Kerklijke Gefchiednis, dat naar maate de Christenen in magt en burgerlijke voorrechten toenamen, dc waare godvrucht afnam , en de boosheid en het bederf de overhand onder hun kreegen. — En wat betreft dert ftaat der Christenweereld , fmds het Christendom door menschlijke Wetten bevestigd is

geCO 1 Joannes V: 19.

Sluiten