Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

480 De Leer der Erfzonde II.Boek.

en alles in dat ééne woord, gezondigd, volgends de wijze op welke men onderftelt dat het van den Apostel gebruikt wordt. Wij hebben hier eene verbloemde befchrijving , niet van eene waarlijk beftaande zaak , maar eene verbloemde befchrijving van eene verbloemde befchrijving. En dit zelfs is geene befchrijving van eene wezenlijke zaak, maar van iet anders, ■ dat ook maar eene verbloemde befchrijving van iet anders is. Ja dit iet anders is ook maar eene leenfpreuk of zinbeeld, en wel zeer oneigen en verre gezocht. Zoo dat wij hier hebben een zinbeeld , ter afbeelding van een Zinbeeld, en wel een Zinbeeld van een Zinbeeld , vertoonende een zeer verre afgelegen Zinbeeld , het welk op eene zeer duistere wijze de bedoelde zaak vertoont — indien anders het verfchrikkelijkst kwaad gezegd kan worden , het tegengeftelde goed van de verhevenfte natuur te kunnen vertoonen.

Nu vraag ik : Wat kan men niet van elke plaats der heilige Schrift maaken, wanneer men op deeze wijze te werk wil gaan ? Kan men ooit hoopen , een eenig gefchil in de Godgeleerdheid door bewijzen uit den Bijbel beflischt te zien , wanneer men zich zulk eene vrijheid veroorlooft, om de duidelijkfte uitfpraaken der Schrift naar ons S te Hel te wringen? — Indien de Apostel waarlijk hier ter plaatse zulk een vreemd gebruik van de taal maakte , dan zou het misfeiuen zoo zeldzaam weezen , .dat daar

van

Sluiten