Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

484 -De Leer der Erfzonde II.Boek.

deelte van den Brief, om hen te overtuigen, dat zij van natuure niet minder zondig en kinderen des toorns waren , dan de Heidenen. — Ten aanzien van hun , was het ten uiterfte gepast, en vloeide zeer natuurlijk uit des Apostels oogmerk voord , dat hij hunne aandacht afleidde van hunnen Vader Abraham, die hun Vader was, in onderfcheiding van andere Volken , en dezelve bepaalde tot hunnen Vader Adam , die de gemeene Vader des Menschdoms, der Heidenen Vader zoo wel, als die der Jooden was. — En toen hij aan deeze Leer — de Afleiding der Zonde' en Ellendigheid , of des Doods , tot alle menfehen , van Adam — begonnen was; geen wonder, dat hij noodig oordeelde , daar over wat meer bezonder tc handeion , aangezien hij aan Jooden en Heidenen fchrcef; welker eerften ,• opgevoed waren in het vooroordeel van hunne gewaande uitmuntendheid , als een heilig Volk — terwijl dc laatften waren opgekweekt in volflaagen onkunde van dit alles.

Wederom. De Apostel had, van het begin des Briefs af, getracht te betoogen, 's menfehen volftrekte af bangelijkheid van GODS Vrije Genade , ter zaligheid , en de grootheid dier Genade ; dit had hij inzonderheid gedaan, in het voorig gedeelte van dit Hoofdftuk. — De grootheid dier Genade , bewijst hij voornaamlijk uit twee dingen ; — voor eerst, uit de algemeene bedorvenheid en ellende van het

Mensch-

Sluiten