Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2? )

behoeften hebben, die niemand vervult, en onderlasten liggen, die niemand verligt. Zo dwaalen die arme fchepfelen Gods daarheen, troosteloos, hulpeloos, radeloos. In deezen ftaat, zegt de Bijbel, (wie zoude het anders durven zeggen?) verwacht dit zuchtend fchepfel de openbaring der kinderen Gods, en hoopt, dat het zal vrijgemaakt worden van de verderfelijke dienstbaarheid, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. (Eene heerlijke en geheel andere vrijheid dan het einde van deeze eeuw predikt.) Jefus, die dit zuchten en dit verwachten van het ganfche fchepzel best kent y gebiedt nu, dat wij aan hetzelve het Euangelium zullen verkondigen, dewijl Hij de Ontfermer, door dit zijn Euangelium, dat zuchtend fchepfel wil bevredigen en het laten vinden hetgeen hetzelve verwacht, en het daar heen brengen, waarnaar het rijkhalst. Heerlijk Euangelium! Het is van Jefus berekend voor troostelooze hulpelooze en raadelooze menfehen, ten einde dezulken in eenen juichenden toeftand te verplaatfen. Ziet hoe Hij zich over deeze menfehen ontfermt, wanneer Hij wil dat hun dit zijn Euangelium bekend gemaakt worde. Ziet in zijn bevel, dat Hij nu ook verwacht, dat wij doen zullen, wat Hij gebiedt. Ja, Geliefde, ontfermt Jefus zich

over

Sluiten