Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tpzicht tot mijne Cemeeiite, jf

„ houden, door gedurige herinnering aan dezel»

„ ve waarheeden, te meer vs. 14, daar ik

„ weet, dat ik binnen kort van hier zal fbheiden," j, en dus hand aan 't werk moet (laan, als ik nog „ iets ten uwen nutte wil uitvoeren (*)".

A. Dat is juist mijn voorneemen, M. W. G.

Wy hebben nog het zelfde Euangelie, dat Petrus predikte, en ons bekwaam maakt voor den hoo-

gen

(*) Uit het aangemerkte blijkt dan kortlijk, dat de Apostel verklaarde van voorneemen te zijn om zijne gemeente aan welke hij fchreef, de noodzaaklijkheid van waare deugdiletrachting en dus het heieeven van hun geloof aan J. C, geduurig en zoo lang hij nog mogte blijven leeven, voortehouden; —— want, dat zij daar toe de noodige krachten hadden ontvangen door de uitmuntende kermis nopens God en zijnen dienst, die hun was medegedeeld door 'c Evangelie, en die zij met dankbaarheid hadden aangenomen ; waardoor hunne gevoelens naar dke der Godheid waren gevormd. Hij geeft te verftsan, vs. 5,

dat een geloof zonder Deugd géén Geloof is enz. dac anders vs, 8 onze geheele kennis van het Evangelie en geI oof in J. C. or/s van géén het minde nut is, althands niet van dat nut, voor ons en onze medemenfehen, 't géén God 'er mêe bedoelde. — en dat men dan alleen met vrijmoedigheid zich de Gelukzaligheeden van den Hemel kon belooven vs. 11. Dat (zegt hij) beweegt hem om hen nogmaals en voortaan dit alles te herhaalen, offchoon zij het te vooren al van hem gehoord hadden, en betuigd het zelve te gelooven en daarin te berusten.

A 5

Sluiten