Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *3 )

Lut. Wel wat doet 'er dat toe, oF Gij van onze Kerk bent of niet, het zou des biet te min een Christelijke daad zijn , en om U de waarheid te zeggen , wij fiebben reeds al een aanzienlijke fom van Leden van uwe Kerk ontvangen.

'Ger. D'at is zeer goed, en kan ik niet misnrijfen. Ik wil ook wel geloven, dat uwe voorneemens welméetiend W)$\ maar het komt op de uitvoering aan, en die is meer of min onzeker; en denk eens, wat eert Geld" 'er dan vrugteloos verfpild word, zo gij uwe óógmerken niet kunt volbrengen.

Lut. Al weer nieuwe zwarigheden, ik zie wöl mijn Vriend! dat gij ook niet gefchikt zij^tot groote onderneemingen , en couragie genoeg bezit, om een zaak van gewigt doortezetten, en dus doende vorderen wij niet. als wij ook zo dagten. Daar moet nu maar gewerkt worden , zonder over zwarigheden te denken; daar over hebben wij vooraf al lang^ genoeg gedagt. Wij moeten nu maar verder Geld en goeden raad hebben, en om geen zwarigheden meer denken. Werken moeten wij.

Ger. Nu, in Gods naam! werkt dan maar voort. Maar Apropo, gij fpreekt daar van een goeden Raad, daar fchiet mij iets te binnen. Lut. Wel nu, zeg op maar! wat is het? Ger. Zo gij nog geene Pakhuizen tot het fiichten van een nieuwe Kerk gekogt hebt, dan zou ik U raaden, om maar Provifioneel een groote Houten Loots te laaten timmeren, om den Godsdienst in te oefenen, en dankonde gijlieden, op uw gemak, na eene betere gelegenheid rondzien, tot het ftichten van een-nieuwe Kerk, vermits dezelve toch ook eenig aanzien dient

te

Sluiten