is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaring van Paulus brief aan de Philippensen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JESAIA XXXV. vs. 7b. vÈRöEL. MET

nes in zijne Openb. met den geheimzinnigen naam van Babyion beftempelt (*).

Maar op dat er niets dat tot overtuiging dienen kan , aan ons betoog ontbreke , en deze gelegde grond .of genoemde onder/telling, ter verklaring dezer Godfpraak, tot den hoogden trap van zekerheid, welke wij in bewijzen van dezen aard hebben kunnen, gebragt worde, zo let nog met een opflag op dc gevolgen, welke de verwoesting van dit Edom worden vastgemaakt , en vergelijkt ze met die , welke bij joannes in zijne Openb. aan den val des Antichrist verbonden worden. Bij Joannes vinden we, inzonderheid in het XX^ en XXIfte Cap. dat na de verdelging van den Antichrist en de binding van den ouden flang , de kerk eene aangenaame rust en vreede zou hebben , zij zou uit den dood verrijzen, inwendig bloejen, welvaren en zeer verdelgd worden; de volheid

der

('l liet is inderdaad opmerkelijk, dat de Ribbijnen in hun. ne fcluiftcn , de verbloemde benamingen Edom cn Edoinïtea jeven aan Rome en de Christenen van 'e RouwJ'che Rijk.

Men weet, dat, wanneer ze iets füiadelrjks van de Christenen en hunnen Godsdienst fchrijven, zij de gewoonte hebben, om zulks doorgaands onder verlierde flaipen te bewimpelen, om niet al te zeer in 't oog te lopen, en over laster agterliaald te worden. En nu dier verbloemde namen , waarpndel zij inzonderheid Rome cn de Roomfche Christenen benoemen, is de naam van Edom, of Edomiten. Ziet Pr'ulcaux Oude en Niewe Verband aaniSengefchaUsM, pag. isSi.