Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHILIPPENSEN III. vs. 20, 21. 507

der wet; helde de leere der rechtvaardigmaking des zondaars alleen uit genade , in een kort en kragtig betoog voor; en toonde in zijn eigen voorbeeld , hoe deze leere der regtvaardigmaking, uit genade, zonder de werken der wet, de kragtigfte fpooren en prikkelen geeft tot ware heiligheid. — Hier op toonde hij aan, dat waar in ook gelovigen onderling van elkander verfchillen kunnen en mogen ; en waar in ook een betamelijke verdraagzaamheid mag geöeffend worden: men egter in deze waarheid eensgezind moet zijn. Zo zegt hij vs. 15. Zoo vele dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen ; en indien gij iet anderzins gevoelt, zoo gij in andere dingen van minder gewigt verfchilt, ook dat zal u God openbaren. ,Maar dat is integenfteiling van die mindere dingen. Maar daar wij toe gekomen zijn, dat wij als de leere derVaderen hebben aangenomen , daar al ons heil aan vast is; laat ons daar in na den zeiven regel wandelen, laat ons het zelfde gevoelen. Op dezen grond zet hij zijne vermaning voord in het 17de vs., met eenen kennelijken te rugflag, op de te voren genoemde verleiders en kwade arbeiders, weest mede mijne navolgers , broeders, en merkt op de gene die alzoo wandelen , gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt, want velen wandelen anders', en helt dus zigzelven en zijne mede arbeiders tot een voorbeeld ter navolging , met afmaning van den wandel van die anderen, die.

kwa-

Sluiten