Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.Hoofdst. der Christen Kerk. 2?

wordt, niet recht, [d. i., niet zaligmaakend,] verftaan Worden, dan door Godlijke openbaanng. Dit is [voor veelen] eene beleedigende Helling; doch men moet dezelve noodwendig vasthouden, wanneer men over de kenmerken en eigenfchappen van Christus Leer recht zal denken. " Toen Petrus die fchoone Belijdenis deed : Gij zijt de CHRISTUS, de Zoon des Leevenden GODS; antwoordde de Heiland: Zalig zijt gij ,Simon! want vleesch en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar mijn Vader die m de hemelen is fw). Dat Petrus leezen kon, en de Schriften had om te leezen, waren voorrechten, van vleesch en bloed verkreegen ; door zijne geboorte, door zijne Ouders en Leermeesters; voorrechten, welken de Schriftgeleerden en Farizeeuwen , doodlijke vijanden van den Heere Jesus, roet hem gemeen hadden. Het onderfcheid was gelegen in eene openbaaring der Waarheid aan zijn hart. Hier van fpreekt de Zaligmaaker elders: Gij hebt, o Hemelfche Vader! deeze dingen voor de wijzen en verflandigen verborgen , en dezelven den kinderkou geopenbaard (x)-

(w) Mattbeus XVI: 16, 17.

O) Mattbeus XI: 25. Dat aan kinderkens deeze kennis medegedeeld wordt, en dat zij eene volkomene zekerheid verkrijgen van de gewigtigfte zaaken, terwijl wijzen en verftandigen er voor ftil liaan en ze niet begrijpen kunnen, is waarlijk zeer vernederend voor 's menfehen hoogmoed. Maar het zijn immers

de

Sluiten