is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondlegging der christen kerk, benevens haare gesteldheid en lotgevallen geduurende de eerste eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44& De Grondlegging III..Boek.

fchoon in zichzelven de roem der Godlijke Wijsheid, nogthans in veele opzichten ftrij-

dig is tegen onze natuurlijke en daar door

verkeerde begrippen, aangaande de gepast-

heid der dingen. De Apostel Paulus zegt, dat de natuurlijke mensch niet begrijpt de dingen die des Ge est es Gods zijn, ja dat hij die niet kan verftaan (c). En op eene andere plaats, Dat niemand kan zeggen — d. i., in oprechtheid , en uit welgegronde overtuiging zijnes gemoeds dat Jesus de Heer is, dan door

den Heiligen Geest (ei). Hem aantebiddendie aan het kruis den geest gegeeven had, en van zijnen Dood de eeuwige Zaligheid te verwachten, was den Jooden een fteen des aanftoots ; het liep aan tegen hunne bevattingen aangaande de Eenheid van het Opperwezen, en het beleedigde het hoog gevoelen welk zij hadden van hunne eigene rechtvaardigheid. Den Grieken, of Heidenen , fcheen het de grootfte dwaasheid , en het hoogfte toppunt van onge. rijmdheid. Om deeze redenen werd het Evan. gclie door zeer groote meenigten van menfehen zoo draa verworpen, als het voorgefteld was; m zij die het verkondigden, werden gehouden .voor Snappers, en Krankzinnigen niet omdat het hun aangepaste uitdrukkingen, in hunine manier van voorftel, ontbrak, of omdat men iet belagcheïijks in hun gedrag befpeurde, maar

om-

(0 i Korintben Ut 14. (d) j Korintben XII; 3,