is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondlegging der christen kerk, benevens haare gesteldheid en lotgevallen geduurende de eerste eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444 De Grondlegging III. Boek.

einde , maar afvallen. Met één woord; er is geen reden om te twijfelen, of er werd onder het groot getal menfehen, die in deallereerfte tijden belijdenis deeden van het Christendom, dezelfde vericheidenheid van geaartheid, omftandigheden, beweegredenen, en oogmerken gevonden, welge, zich gewoonlijk onder eene meenigte volks m eenig ander tijdperk fchielijk tot eene maatschappij gevormd, vertoond heeft; en de Schriften der Apostelen bewijzen, dat het indedaad etdus mede gelegen,was. Uit deeze algemeene gronden valt het niet moeilijk te verklaaren, hoe jeeds zoo vroeg veele dwaalingen en ketterijen ingevoerd en voordgeplant zijn geworden; als ook, dat zij in eenige opzichten dezelfden moesten zijn , welken naderhand, zoo meenigwerf de Waarheid en Godvrucht herleefden, ten voorfchijn kwamen en gekoesterd werden. Men behoeft zich ook niet grootlijks te verwonderen', dat oprechte Christenen, fomwijlen, in de heerfchende dwaalingen hunner tijden mede werden ingewikkeld; geen' kwaaden toeleg hebbende, verwachten zij ook niet kwaads van anderen, en liggen daarom gereedlijk bloot, om door zulken die op bedrog uit zijn, verrascht te worden (e).

Wanneer het Christendom zich eerst vertoonde , was de Heidenfche wijsheid, bekend onder den naam van Filofoofij of Wijsbegeerte ,

in

(e) Efeezen IV 14J