Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouwe Frances Shirky. 11

VIERDE BRIEF.

Mevrouw!

Gij blijft dan aendringen dat ik den brief waer van gij melding maekte fchrijven zoude. Ik had gehoopt, dat gij, volgens uwe gewone infchiklijkheid, uwe bevelen zou ingetrokken , en mij van deze taek ontflagen hebben, eene taek, waer toe mijne bekrompen voorraed van Schriftuurkennisf', volftrekt ontoereikende is; anders zou ik mij in de uitvoering' verblijden, niet alleen om een blijk van mijne gehoorzaemheid jegens u te toonen; maer ook om dat het tot eer zoude kunnen ftrekken van dat onwaerdeerbaer boek, welke de voorraedfchuur van onze vertroostingen, en de handvest onzer zaligheid is.

Mogt het mij gaen gelijk den Zoon van Gidion , Richt. VIII: 20. Zijne brave en dappere Vader, beval hem de gevangen Koningen, met zijn zwaerd, te doorfteken; de Jongeling, week en kleinmoedig, gelijk ik, aerfelde en trad te

rua. De held, zijne vreesachtigheid, met

medelijden, bemerkende, ontfloeg hem van dien last', en voerde denzelven in eigen perfoon uit. — Dewijl ik mij vlijde dat gij mij mede zou verfchoond hebben, heb ik mij in de daed nog

niet

Sluiten