is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106 C. I. ZOLLIKOFiiK ,

de zaligheid der eerfte Leerlingen van J. Ch. eu der he-

dendaegfche Christenen; de verfcheidenhèid van der menfchen gedachten en gevoelens nopens J. Ch.; het te reg zien op het afgeloopen, en 't vooruitzicht op het nieuw begonnen jaer. Dus verre het eerfte Deel. Het tweede Helt ons ter overwegmge voor, de vlugtigheid van 't menschlyke leven; de verfchillende beweegredenen, om alle aerdfche dingen als ydelheid aen te merken; de waerfchouwingen en lesfen, welken de verganglykheid aller dingen ons aen de hand geelt; de gevolgen onzer daden; het verftandig beftuuren onzer wenfehen; het gedrag der Apostelen van 1. Ch. by zyn lyden en dood , en de wyze waer op de Euangelisten deze gefchiedenis verhalen, als een bewys van hunne oprechtheid en Godlyke zending ; deze gefchiedenis als een bewys van liet verheven charaSler en de Godlyke zending van 5?. Ch. ; het gedenkfeest van zynen dood; zyn dood , als een voorbeeld van den dood zyner rechtfehapen Dienaren; de ftandvastigheid van J. Ch., m het uitvoeren van zyn werk op Aerde, als een voorbeeld van navolging; en eindelyk doet hy ons J. Ch. befchouwen, als een voorbeeld van geduld en lyden. Tot een ftael zyner wyze van voordellen, diene de opgave zyner regelen, ter beftuuringe onzer wenfehen; en wel byzonder de nadere ontvouwing van één dier regelen. Het waerncmen van een zestal van regelen, door zyn Eerwacrden aengeprezen, zal genoegzaem zyn, om ons te wederhouden van een onverftandig wenfehen, dat ons tot kwacd zou kuunen vervoeren, of ongelukkig maken.

„ (i.) Befluit uwe wenfehen, in opzigt tot aardfche verganglyke dingen, tot uiterfyke voorrechten en goederen, fteeds binnen naauwe paaien. (2.) Wenscht niets onrechtvaardigs, niets onbillyks. (3.) VVenscht niets dat onmogelyk, niets, dat met de natuur en de orde der dingen ftrydig is. (4.) Wenscht nooit om aardfche goederen en voordeden zonder eenige bepaaling, nooit als dingen, die volftrekt tot uw geluk vereischt worden. (5.) Onderwerpt veeleer alle uwe wenfehen aan den wil vau God. En vergeet eindelyk (6.) om het wenfehen naar dat geent 't welk gy niet hebt, doch niet het gebruiken en genieten

van dat, welk gy reeds hebt." . Zie hier, hoe zyn

Eerwaerde de derde waerfchouwing, tegen het wenfehen om 't onmogelyke, of dat met de natuur en orde der dingen Jhydig is, uitbreid en ontvouwt.

„ Wenscht, vervolgt hy, niet roozen zonder doornen

te