is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

k E I Z E,

44$

kano den Ilden, zullen wy den Leezer , welke hiervan meer begeert te weeten , tot het Werk zelve wyzen, om no"- een woord van het Derde Deeltje te kunnen zeggen.

De titels der Afdeelingen , welke tot dit Deeltje behooren, hebben wy boven reeds gemeld, eu daar uit kan men afleiden, dat het overvloed vau ftoffe bchelzè,

ln de achttjende Afdeeünge wordt gefproken van de ligging en weêrsgerteldheid der ftad Weenen; van derzelver onregchnaatigen aanleg; van de bekwaamheid der koetfiers aldaar; van de inrichting en hoogén prys der huizen, welker derde verdieping den Keizer toebehoort, die daarover naar zyn welgevallen kan befchikken, iud'ven niet de eigenaars dit recht door eene goede fomme gelds afkor> pen; van de groote onkosten, welke, het Hof dikwyls moet maaken, cn, eindelyk, van een middel, door zekc> ren Heer friedeiuch uitgevonden, om Gebouwen, zelfs met houten daken, tegen brand te beveiligen. Daar dit middel gezegd wordt op de proef goed bevonden te zyn, zullen wy het hier meiden. „ Men neemt negen gedeelten goede pot-aarde, een tiende gedeelte van het vuil„ nis van hairen en diergelyken, het geen dc lederberetders van de huiden aflcbeerén, nevens een elfde ge- deeltè van het lederloog, het welk buitendien wegge„ worpen wordt; hierby voegt men een dertiende gedeelte „ asch en even zo veel zand, wanneer het leem goed en „ vet, doch wanneer het mager is, doet men daar alleen „ het vyf-en-twintigfte gedeelte, zo wel van asch nis „ van zand, by. —— Deze vier vereisèhten worden met ,, rivier- of gracht-, maar met geen bronwater, wel door „ een gemengd, en tot een deeg getreden en gekneed. ,, Op vier maten waters, tot deze afkneding gebruikt, wordt écu maat asfche bygedaan. De gekneede hoeveelheid laat men zo lang leggen , tot dat zy gelyk. „ wordt aan fterk uitgebluschte kalk, of aan etfhen vetten „ deeg; vervolgens fpreidt men dit deeg, ter dikte van drie of vier Vingeren , op eenen gelyken vloer uit , „ ftrooit daar over heen drie of vier vingeren hoog ftro, „ na dat men dit, op de wyze van eene rietmat, aan el,, kanderen heeft gebonden, waarby men, om zulks ge„ maklyk te doen, het touw (fpagatt) nut zeep beftry-

ken moet. Deze bedekkingen zyn de eigenlyke

behoedmiddelen; zv kunnen zo wel van buiten op, ai? „ van binnen onder" de daken, met fin-kers vastgemaakt .worden; doch het houten- of ftrodak moei eerst mei 1.ETT. 1791. HO, ro, iih *>"*t