is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45» J. D. MICHflëLIS, OVERZETTING VAN HET O. TEST,

tot verzoening baande. Hij gaat niet met Abfalom van Jerufatem na Hebron, ook is hij niet mede onder de eerfte genoodigden: hij is thans juist, geheel zonder vermoeden, in zijne Vaderftad, wordt, nadien dezelve bij Hebron ligt, van daar genodigd en komt.

Aanhang onder hei volk.) Dit famen vloei jen d gemeen , of wat het was, moest de aanzienlijken, zelfs de 200, die uit Jerufalem mede gekomen waren, door zijne menigte en fchrik dwingen, om te doen, het geen menig een niet voorhadt te doen. Louter list, zoo als men in een moordenaars hol, of in de hel, zoeken mogt."

Nederlands Verval en Herftel, aangewezen in eene Biddags Leerrede, over Deut. XXXH: 6. Door j. steenmeyer, Predikant te Vlaardingen. Te Amfterdam by J. Wesfing Willemsz. 1792. Behalven de Voorreden ,45 bl. in gr.Svo.

De tekstwoorden, zult gy dit den Heere vergelden , gy dwaas en onwys volk ? is Hy niet uw Vader, die u verkregen , die u gemaakt en u bevestigd heeft ? worden eerst door den Redenaar ontvouwd , en dan neemt hy uit dezelven aanleiding, om zich en zyne hoorders op te wekken, om Gods weldaaden te erkennen, hun wangedrag te verfoeijen, en zich tot een tegengefteld gedrag te begeven. Ten dien einde merkt hy vooreerst op , dat wy , Nederlanders, als een volk en natie, even zo weï als Israël, met Jehova te doen hebben, en dan voegt hy 'er ten tweeden by, dat wy tot God eene even naauwe verbindtenis hebben, als Israël. [Dit laatfte wordt honderdmaal herhaald, niet alleen door onze Predikers, maar ook door die van verfcheiden andere natiën, vooral op bededagen , wanneer men niet nalaat een aantal gezegden van het O. T. , die volltrekt alleen op Israël Haan , en uit haren aart alleen tot dit volk gewend konden worden , op zyne eigene natie toe te pasfen. Ondertusfchen zal niemand, die eene Qods-regsering over Israël gelooft, en die regt weet , waarin dezelve beftaan hebbe , aan zyne Landgenooten vertellen, dat zy , als natie befchouwd , eene even naauwe verbindtenis op God hebben, als eertyds Israël.] In zyne befchryving der Goddelyke weldaden, aan ons bewezen, vlecht hy ééne en andere byzonderheid in, waar op aanmerking zou kunnen vallen ; doch wy willen dit liefst'

voor-