Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BAZEL NAAR BIEL." 23

water heerlyk affteekt; de boere hutten die dezelve omringen, zetten dit fchildery nog meer fraaiheid by, het welk reeds meer dan eens de tekenpen der reizende Kunftenaars heeft bezig gehouden; weldra verandert dit too« neel, en men ziet een Gottisch gebouw voor zich, uit welks midden een zwaaren tooren opryst, het welk het dal befchermt, en naby die plaats, alwaar de Li/el zich met de Byrfa vereenigd, hetzelve in twee deelen fcheidt; dit is het Kasteel Zvmgen , de verblyfplaats van den Oppeilandvoogd van Lauffen , dit is, na het uitfterven der Edelen van Ramftein, aan dewelke het verpand was, wederom 'aan het Bisdom gekomen ; de verbaazende dikte van deszelfs muuren , en de flegte inwendige inrigting, toonen , dat dit llot veel meer ter beveiliging, dan tot gemak van deszelfs bewooners, gebouwd is; het heeft meer dan déne belegering moeten uitftaan , en het was in 1530 byna door de oproerige Landlieden ingenomen ; men gist met recht, dat het oude gebouw uit niet anders dan uit eenen ronden tooren befraan heeft, daar de verdere, in de rondte daar aan gevoegde, gebouwen van laater tyd zyn ; het water der Byrfa , daar rondom ltroomende, maakte hetzelve weleer tut een Eiland, maar de kunst is hierin de natuur te hulpe gekomen, ten einde dit verblyf gezonder te maaken, door dit dikwerf ftilftaand, en hier door Hinkend, water af te leiden. Op den top des toorens is eene fchoone vlakte, van waar men het ganfche dal overzien kan; het was van daar, dat de oude bezitters, op hun gemak, hunne vyanden, of ook de Reizigers, konden zien naderen, die trouwens wel eens op gelyken voet behandeld werden: men zoude met meer genoegen het vermaak van een zo bekoorlyk uitzigt genieten, indien men niet in het midden des toorens, de opening van een dier verfoeilyke afgronden gewaar werdt, welke by den naam van Oubliettss, holen der vergetelheid, bekend zyn, waar uit men nog den doffen bloedkreet dier rampzaligen meent te hooren opftygen , welken weleer daarin Jeevend begraven werden. In byna alle de oude Kasteden in den Kif as en in Zwitjerland vindt men zulk eenen tooren der vergetelheid , fomwylen in het middenpunt, in anderen, in een der hoeken van die lompe fteenhoopen. Het was, eigenlyk gezegd, niet anders dan eene diepe enge put , die van de hoogte des Kasteels, tot in deszelfs grondflagen, nederdaalde: men üet de ongelukkigen , waarvan. men zich wüde verzekeB 4 ren

Sluiten