Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3» AMSTERDAM,

die tot in het bovenfte gedeelte van het Gebouw loopt * komt men aan eene groote Zaah In zulk eene juiste evenredigheid, en in zulk een keurlyken eenvoudigen fmaak, is deeze Zaal gebouwd, dat zy, by alle des kundigen en gevoeligen , eene algemeene goedkeuring wegdraagt. Alleen aan de zyde der Binnenplaatze ontvangt het Vertrek daglicht, door vier groote Glasraam en. Het bevat inde breedte veertig , in de lengte zes-en-veertig 9 en in de hoogte negentien, voeten. Aan de agterzyde, tegen over de Glasraamen , ftaat een groot Bufet of Schenktafel. Langs heenen zyn de wanden verdeeld in Vakken , die zo wel, als de Zoldering, wit gepleisterd zyn, Wanneer de Zaal, by avond, door een aantal Engelfche Lampen, hangende aan een grooten yzeren Hoepel, wordt verlicht, veroorzaakt het een en ander eene glansryke wederkaatzing* Aan de Noordzyde pronkt de Zaal met een fraaijen SchoorIteen van Marmer. Boven deuzelven leest men de vol* gende Latynfche Dichtregels:

Junxerat ingenuos ubi publica cura Batavos Cum plaada colitur ■ pallade blanda fidfs.

Hcec ligat unanimes fociati fcedere Cives: lila regit monitis libera corda Juis:

Donec in his terris Jüperest reverentia recti; Incolet hic Jlabiles utraque diva Lares.

,, Onder dit Opfchrift ftaat het volgende:

Toen tweefpalt en beroerte ons Vaderland ontrustten, Verkreeg door pallas hulp de vriendschap nieuw bejtaah;

Nu mag ze op deezen grond in oefning zich verlusten, En kweekt, uit vrye zugt, de Weetenfchappen aan.

„ Volgens de groote Borden , aan eenen der Muuren hangende, op welke de naamen der Leden ftaan aangetekend , is derzelver getal tot driehonderd vyftig aangegroeid. Behatven deeze, ziet men, ginds en elders, langs de wanden, nog andere Naamborden hangen, met Glazen bedekt, en met vergulde Lysten vercierd. Hier leest men de naamen der Beftuurderen van het Genootfchap , ginds die der Direöeuren van het Fonds voor het Gebouw, elders van de Titulaire Leden , en op eene andere plaats dé naamen van de zulken der Leden, welke zich tot het ver-

rig-

Sluiten