Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*s menschep; Ingang tot v.T.na.LYv.miu. 5*0

sj gelukzaVg zyn? Waarvan zullen zy zich bewust wee„ zen? Zal zich dit bewust zyn alleen, tot het geene zy „ te dier tyd bevinden , bepaalen ? Of 'zal het zich ook op het voorleedene uitftrekken ? Zo ja, zullen de Vroo,, men zich dan ook herinneren hunne voorgaande daa9, den, waarin zy grovelyk mistastten? Zo neen, hoe is „ dat mogelyk? Zo ja, zal dat hunne gelukzaligheid niet ftooren? Zal hunne Ziel bewustheid hebben van de 3j droevige omflandigheden, waarin zy hunne verlaatëne „ Weduwen, Kinderen, Vrienden, enz., hebben agtergej, laaten ? Indien neen, hoe is dat te begrypen, dat zy ,, zicti het eene niet, en het ander al, herinneren zullen? Indien ja, hoe kan zulk eene Ziel gelukzalig weezen?

„ Zal dat haar geluk niet afbreeken? Zal zy zich

„ bewust zyn en onderfcheiden denken, waar mede zat ,, zy haare gedagten bezig houden? Zal haar den tyd niet „ verdrietig moeten vallen? Hoe zullen haare begeerten, gefield zyn? Zullen die aanftonds heilig weezen? Hoe is dat mogelyk? En waarvan zal , in den toekomènden ftaat, de gelukzaligheid of rampzaligheid der Zie„ len afhangen? Van de laatfte oogenblikhen en bezighê„ den van dit leeven, of van iets anders? En zo vati „ iets, waarvan dan?" Zie daar een reeks vail Vraagen , welke wy hier op de volgende wyze beantwoord vinden:

De Ziel, by haare fcheiding vaii het Lichaam, in eene foort vau verbysteringe geraakt, doch welhaast daar van bekomen, zynde, zal haare denking hervatten; van welke de voorwerpen zyn zullen de voornaarnfte zaaken j in welke zy het meeste belang ftelde, en in welke zy zich incest bezig hieldt. Het eerfte voorwerp is dus, de herdenking van het voorgaande gedrag* de bewustheid van den tegenwoördigen ftaat van geluk, en het vooruitzigt op het toekoomende. De zucht tot ongeregeldheid en zonde zal ophouden, dewyl de Vroorrien van hunnen arbeid rusten, en hunne werken, hunne zucht tot God ed de deugd, hen zullen volgen. Dat de Ziel haar Geheugen zal behouden, brengt de natuur der zaak zelve mede* Behalven het vermogen van herinneringe, 't welk van den wil afhangt, is de Ziel begaafd met het vermogen der redekavelinge, waardoor zy, door behulp van algemeens' watrheden, van de eene op de andere waarheid koomt, en de denkbeelden, hoewel eenigzins uitgefleeten, die het L1 % Ver*

Sluiten