Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23» NATUURLYKE HISTORIE

over gevast hadden, was een gedeelte ter voeding verder gegaan. Op welken tyd men ook deeze vergaderplaats opene, nimmer is het daar opgelegde veranderd, geen lchyn altoos, dat 'er verteering plaats gehad hebbe; het is zuivere Honig. Uit dien zak kan het daar vergaderde beide wegen heen: of nederwaards na de Maag, ten onmiddelyken gebruike van de By zelve, of te rugge om uitgeworpen te worden, om vervolgens tot fpyze te dienen.

De Maag vindt men aan 't beneden einde, en een weinig ter rechter zyde van deezen zak. Deeze nadert de Maag niet allengskens, en is de uitgang geen rechtftreekfche doortocht; maar in het midden van een uitfteekzel, 't welk op zekere hoogte in den zak fchiet, dikst aan het uitfteekendst gedeelte, met een zeer kleine opening in het midden , van een byzonder maakzel. Dit binnenwaards uitfteekend deel kan gemaklyk gezien worden door de bekleedzels van den zak, inzonderheid als dezelve vol Honig is.

De Maag begint onmiddelyk aan de buitenzydé van den vergaderbak, en het zelfde gedeelte,'t welk daarin fchiet, loopt eenigzins in de Maag voort; doch fchynt aan dit einde van geen byzonder maakzel, en daarom is het alleen gefchikt om de wederuitftorting in den vergaderzak te

voorkomen; dewyl zulks Honig zou fpillen. De za-

menftelling deezer deelen is wonder ten gebruike gefchikt: want het einde,zich in den vergaderbak uitftrekkende,belet, dat 'er eenige Honig in de Maag kome, dewyl het werkt als een klapvlies: weshalven, wat 'er in komt, gefchieden moet door werking van dit deel. De Maag heeft zeer veel, in voorkomen, van een darm, bovenal daar dezelve uit den vergaderbak komt. Dezelve loopt bykans rechtftreeks nederwaards in 't midden van den buik. De binnen oppervlakte wordt merkelyk vergroot, door kringswyze klapvliesjes, of fpiraale kreuken, te hebben : deeze kan men door de buitenfte bekleedzels heen zien. In dit gedeelte ondergaat het voedzel de verandering. Waar de Maag eindigt, valt niet gemaklyk te bepaalen: dan welhaast begint dezelve zich in omwendingen te verliezen,en fmaller te worden.

Het Ingewand maakt twee of drie onderfcheide knotten uit, waarin het Gedarmte, de Lever, en waarfchynlyk het Alvleesch; en loopt eindelyk rechtftreeks na het achterlyf. Hier kan het zich zeer wyd uitzetten, en een

aan-

Sluiten