Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN TER DOOD VEROORDEELDEN» 5I5

„ tooneel" (zegt de Schryver, met regt, aan het einde van dit verhaal) „ het welk de kenmerken der duistere eeuwen van „ barbaarschheid en blindheid oplevert, viel voor in het zo „ uitmuntende en zo geroemde tydsgewricht van Frankryk, „ het tydsgewricht der fraai;e geesten en der geniën , het welk „ een corn^ille, wouerk en la fontai.\e, zag ontdaan, en „ de bewerker hiVrvan was die beroemde Kardinaal, die zich „ de eer van eenen befchermer van opklaaring en konden toe„ eigende, en wien de floute Franfche Academie voor haaren „ dichter erkent. Arme Menschheid (* I"

VI. Johann nicol us goldschmIdt, een Koehoeder te Ei. ehelborn niet ver van fVelmar, om het pleegeu van twee moorden, en het eeten van menfchenvleesch , den 24lten July 772, te Berka aan den Urn geradbraakt. By het verhaal dezer zonderlinge gefchiedenis is eene Verhandeling van hru.ner over het eeten van menfchenvleesch gevoegd, waarin deze dof wel niet is uitgeput, maar toch menige goede aanmerking over dezelve gevonden wordt.

Men zal uit deze korte opgave zien, dat de gefchiedenis der meeste perfoonen althands, waar van wy hier charactersof levens-fclietzen vinden, vry belangryk is, en dat dus de keuze van den Vertaaler over het algemeen goedkeuring verdient. Zyne Overzetting is ook vry goed, doch by het ééne ftok ongelyk beter, dan by het andere. Hier en daar hebben wy Hoogduitfche woorden , die in onze taal volftrekt onbekend zyn, en Hoogduitfche fpreekwyzen en woordvoegingen, waargenomen, die wy in het vervolg gaarne vermyd zagen: zoo als bl. 44 in vooruit, bl. 108 beenkhederen, bl. 150 en 156 jagttoorn enz. Wy zouden hier ook onder rekenen doort voor daar (Hoogd. dort) bl 42, maar waarfcnynlyk heeft de Vertaaler daar opzettelyk de oude beryming van het lied, waaruit aldaar een couplet aangehaald wordt, gevolgd. — Op bl. 133 vindt men een zwaare drukfout. 'Er daat dpsorbonne, even als of 'er van een' Schryver van dien naam gefprooken werd , in plaats van de Sorbonne.

Wat de wyze betreft, waar op de gefchiedenisfen verhaald zyn, de eerde en de laatde is door de Schryvers zeiven, of doorvlochten met aanmerkingen , of verrylu met byvoegzels die dezelven regt nuttig maaken, en bevorderlyk ter bereiking van die oogmerken, waar toe wy zeiden, dat zulke verhaalen gebruikt kunnen worden. Van de vier overigen kunnen ■wy dit getuigenis niet geven. Zy zyn weinig meer dan drooge verhaSlen, waar by de Leezer zelf al het leerzaame voor zich overdenken moet, zonder dat hy hierin eenige hulp van den

, Scliry-

(*) Verg. voltaire, üisttire in Slede de Louis XIV. T. I, p. $cu LI 2

Sluiten