Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 ld? CHARACTEUS EN LEVENSfCIIETZEN

Schryver erlangt: en menigmaal ontbreekt het hem zelfs aan genoegzaame kennis van omlhndighedeu, om zyne overdenkingen met vrucht te laaten werken. De Vertaaler heeft dit gebrek eenigermaate poogen te vergoeden, door by zommige dezer Verhaalen zeer nuttige Aanmerkingen te voegen. Wy zullen hiervan nog een paar Proeven aan onze Leezers mededeelen, en daar mede dit Uittrekzel befluiten.

Zie hier een paar van de Aanmerkingen, by de Levensfchets van p. h. mair gevoegd: „ Mair's Byzit was van eene andere godsdienftige gezindheid als hy, en hy, de bedrieger, de hoereerder de echtbreeker, drong by de deelgenoote zyner ondeugden nog aan op het veranderen van haare godsdienftige gevoelens, en het aannemen van de zynen. Zonderling verfchynzel voorwaar! Hoewel zo zonderling niet, daar men het zo

menigvuldig by veele menfchen ziet plaats grypen. Hoe

menig een is 'er niet, die, by den ondeugendïten wandel, zeer fterk op rechtzinnigheid in het geloof aandringt! Waarlyk de mensch is zich zeiven, in veele opzichten, een onoploslyk ïaadzel. Welke verwarde denkbeelden moet men niet van den Godsdienst hebben , welke onwaardige begrippen van waarheid en deugd, wanneer men waant, dat rechtzinnigheid in de leer let gebrek aan godsvrucht kan vergoeden. Leeraars van jEtus Godsdienst, werkt dit rampzalig vooroordeel, waar door een Wair mede werd in het verderf gcftootan, en zo veelen met hem, toch niet in de hand met uwe verheffing van het geloof ten koste van de deugd! Gy laadt 'er eene zwaare verantwoording door op u, en maakt uwe u toevertrouwde zielen 'er ongelukkig door! Christenen! geloof hen niet, want hun Zender ipreekt anders ; die zegt: ,, Hen kwaade boom kan geen goede vruchten voortbrengen , en zy zullen niet allen, die tot my zeggen, Heere, Heere' in het hemelryk komen, maar die daar doen den wil van mynen hemellchen vader!" ' IVUir nam een christelyk en ftichtelyk einde, zegt het verhaal. Het moet eiken menfchenvriend zekerlyk verheugen,, wanneer hy befpeurt, dat een booswicht zich nog vroeg of laat verbetert, en alle waarde kau men ook zulk eene bekeering of verbetering niet affpreeken. Evenwel blyft die altyd zeer in verdenking by eenen ieder, die den mensch en de deugd maar eenigszins van naby kent. Pyn, banden, en vreeze voor den dood, kan veel bewerken, dat men voor eene waare bekeerii'g houdt, terwyl het niets anders is, dan eene zekere verweeking van hart of character, eene flaaffche vreeze, die geene moeder van waare Christlyke deugd kan wezen Het ware uit dien hoofde te wenfehen, dat men die zogenaamde bekeeringen van misdaadigers in hunne laatfte oogenblikken wat minder uitbazuinde; wam men heeft voorbeelden, belaas! genoeg, dat dezelve anderen tot het kwaad verleid hebben, om zich ook eens zo ïüclnelyk te bekeerea, en zo een Christelyk zalig einde te neemeiu

Moer-

Sluiten