Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HICHABP FLEMMING,

RicharD flemMing , of de Deugdzaame Staatsdienaar. Tweede • Deel. Naar het Hoogduitsch. Te Utrecht by de fVcd. S. de: Waal en Zoon, 1793. In gr. 8n>. 432 bl.

Op het woordje nu! het welk flemming, volgens het flot: van het Eerfte Deel deezes Werks (*) , als een teken 1 aan den Scherprechter gaf, dat hy gereed was, om zyn hoofd 1 van het ligciaam te laaten fcheiden , vervolgt het verhaal,,

met de aanvang van dit tweede Deel: „ uaar ïag neci

zwaard." De Scherprechter w ld begeerde niet te houwen 1 in den hals van zynen Weldoener, en wierp dus het zwaard,, in plaatfe van het hoofd voor de voeten van den deugdzaamen Staatsdienaar neder. Dit verdient echter de goedkeuring van flemming niet doch wild is zo fterk in zyne genegenheid voor denzelven, dat hy zich voor hem wil laaten onthalzen; zo dat een vreemde Scherprechter, door den Schouti ontboden, om het vonnis aan fiemming uit te voeren, daar in 't geneel geen middel toe ziet; roepende derhalven: „ .Vfyni Heer! ik kan geen twee menfchen te gelyk het ho fd afflaau ; en kort en goed , ik ben niet genegen, om één mensch hier te onthoofden ; en daar mede afgedaan ! Daar ftaan Grenadiers genoeg , laaten zy fchieten.'

De ontroering, welke dit Tooneel verwekt , wordt varvangen door eene niet minder treffende , op de komst van een Lyfjaager van den Vorst, welke, met het Pardon in de baad, by het fchavot van vermoeidheid den geest geeft. Zeker Predikant eerha d, vriend van fi.emmi g , had den Vorst wee-1 ten te ontmoeten, ev~n voor den tyd der te rechtftelli g , wanneer deeze zich, zonder Gevolg, met de Hartenjagt vermaakte , en hoe gelukkig in deeze omftandigheid1 toe

aan den hals in eene Moeras gevallen was , uit welke eerhard hem redde. De belooning voor deeze daad was het

reeds gemeld Pardon , het welk op den rug van eerhard , met 's Vorften beevende hand, gefchreven was, nadien 'er op dat oogenblik geen tafel werd aangetroffen.

Intusfchen eindigen de rampen van flemming , met het

gegeeven Pardon, niet. Hy wordt door den Vorst, op aan-

ftooi-.ing van deszelfs echtgenoote, en van'den verraderlyken i,nge stroom, uit het land gebannen , en zyne goederen ver. beurd verklaard. Hartige taal wordt over deeze verbanning gefproken. Een Onderofficier ze^t , by deeze gelegenheid: ', Schriklyk is het, zo als het hier toegaat. Burger en BoeVenvrieiiden worden van hunne Ampten beroofd, en Volks

beu-

(«) Zie onze ieöordeelmg, in de alc. vad, lett. wn 1791, U. 4§!»

Sluiten