Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

544- EEN ZESWEEKS VERBLYl»

delyk onderhouden : eene waarneeming nogthans , die op dezelve alleen niet past. De meeste Hoofdkerken in Engeland mogen aangehaald worden als tot eere (trekkende van huu wien de zorg daarover is aanbevolen. Om eene Hoofdkerk te zien, waarin kladdigheid en verwaarloozing de overhand hebbèn, moet men gaan in Westminjler-aibey; een Gebouw, 't welk men, om de eene of andere reden, aan de verwoestende hand des tyds heeft overgegeeven, zonder dat een vriendlyke hand zich uitftrekte om den voortgang van derzelver verval te (luiten.

Een trap van tweehonderd en zes-en-zeventig treden opgeklommen zynde, bereikten wy den top van het dak. Van daar heeft men een alleruitgeftrektst gezigt over de Valei , in welker middenpunt Gloucester ligt. Van deeze hoogte ziet men dat de Stad in de gedaante van een Kruis gebouwd is ; eene byzonderheid van Godsdienftigen eerbied, welke, met de veelvuldige overblyfzels van Godsdienltige Geftigten in dezelve, aanleiding gegeeven heeft tot het Spreekwoord : Zo zeker als God in Gloucester is l Dit, ten minden, dunkt my de waarfchynlyke oorfprong van deeze uitdrukking; want met alle myne vooringenomenheid voor eene Stad, aan de vriendlykheid van veelen welker Inwoonderen ik reeds de hoogfte verpligting heb , kan ik 'er niet van zeggen 't geen petronius van Athene verklaarde , ,, dat het gemaklyker valt 'er „ een God dan een Mensch te vinden."

Men treft in deeze Hoofdkerk verfcheide fraaije nieuwe Gedenktekens aan , die tot eere ftrekken der Kunftenaaren, fchoon hunne naamen de vermaardheid niet verkreegen hebben van een roubilliac , een banks , of een bacon. Het Grafgedenkteken van eduard den II, die onmenschlyk vermoord werd te Berkeley Castle, is het opmerkenswaardigfte van de oude Grafplaatzen. Men heeft 'er eene Afbeelding van in rapjn's Historie; doch het is onlangs met zeer veel naauwkeurigheid in Plaat gebragt door Mr. bonner, en, zo ik meen, gefchikt voor byland's Antiquitits of Gloucestershire. De groote offeringen aan de Kist , die de overblyfzels van deezen ongelukkigen Monarch befloot, (lelden de Abten in ftaat «m deeze Hoofdkerk te ftigten.

Koning hendrik de VIII rigtte den Bisfchoplyken Zetel van Gloucester op. De lyst der Bisfchoppen klimt flegts tot vier-en-twintig op; doch mag op eenige vermaar-

Sluiten