Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

romeinsche geschiedenissen. 515

•Het Berde Bock, het Tydperk bevattende van het herbouwen van Rome, tot den eer ft en Carthaagftchcn Oorlog, ftelt ons, in het Eerfte Hoofdftuk, voor oogen, de Hcrboil wtng van Rome, tot aan de Gemeenmaaking van het Conjulfchap tus/cpen den Raadsheer lyken .en den Burger II and „ Dubbel aangenaam," fchryft de Burger stuart " is' „ ons de verzekering van livius , dat de Gefchiedenis „ thands een veel zekerer en helderer licht op haa„ ren weg. vindt. Behalven dat de opkomst aller volke„ ren duister en dóór veelerleie verdichtzelen en ver„ grootmgen fchier onkennelyk is, verloor Rome zeer „ veele gedenkfehnften der voorige dagen by deszelfs „ verwoesting, en nam de onzekere overlevering het ge„ zag aan der vernielde gedenkftukken van den ouden „ tyd. Volgden wy nu met genoegen den flingerenden „ weg reeds, dien zich de gefchiedkunde by het fche„ merlicht der vroegfte gebeurtenisfen zogt, welk eene „ verlustiging belooft ons dan de heldere dag niet, waar „ m wy haare zekere en grootfche fchreden kunnen vol„ gen, en tevens met meerdere gerustheid in de omlig„ geude velden der Staatkunde en Wysbegeerte rondV zie"?" ,— Troostlyk vooruitzigt, in de daad: dan hoe dikwyls het nog beneveld wordt door onzekerheden, kan dit eigenfte Boek ons op veele bladzyden leeren. Doch de Gefchiedboeker vindt de aangetekende gebeurtenislen dikwyls ftrydig verhaald ; waar hy het wikkend oordeel moet te hulp roepen, 't geen foms, doch niet altoos, aanwyst, werwaards dc fchaal moet overflaan

Dus een nevel van twyfel blyft, by voorbeeld, handen over het Characler van, u. manljus, veroordeeld om van de Terpejiftche Rots op het Capitolium te worden afgeftort; een doodvonnis, 't welk hy zonder verwyl onderging. Het luisterryk tooneel van dc roemrvke dapperheid werd het Ichandelyk fchavot zyner misdaadige oogmerken tegen den Staat. Men haalde zyn huis op het Lapitohum omver, en befloot geen Patriciër ooit weder op den burg te laaten woonen;' zelfs verboodt men aan zyn gaiuche gedacht, dat iemand ooit, na hem, m manlius zou genoemd worden.

„ Dus liep het," fchryft onze Gefchiedboeker, „ met „ eenen Man af, wiens naam eene roemryke vcrecuwi„ ging zou verdiend hebben, indien hy geen burger van „ een vry Gemeenebest was geweest. Zyne verdienften „ by riet Vaderland waren groot, en gaven hem recht op Mm 3 „ ai.

Sluiten