Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*26 AANMERKINGEN

redigheid, van de geftalte der Wilden zyn gevolgen van hunne harde opvoeding, of van het leven in de open lugt, en van het onbedwongen gebruik van alle hunne ledematen van het oogenblik af dat zy ter wereld komen. In jonge Dieren, zoo wel als in Kinderen, heeft, van de geboorte tot den vollen wasdom, eene trapswyze toeneming plaats van de liehaamlyke en verftandelyke vermogens. Deze vermogens ontwikkelen zich vroeger of later, naar gelang van de natuur en de behoeften der byzondere foorten. Deze toeneming gefchied by den mensch traaglyk. Een Mensch verkrygt deszelfs volkomen lengte en fterkte van lichaam niet dan verfcheiden jaren na de kindsheid, en met betrekkinge tot het verlland, kan men niet zeggen, dat het oordeel en andere zielsvermogens vóór deszelfs dertigfte jaar volkomen ryp zyn.

Schoon de indrukken van nieuwe voorwerpen, die men in eene vroege jeugd ontfangt, fterk moesten zyn, vind men egter, dat het geheugen als dan zeer zwak is. Veelvuldig kunnen de oorzaken hier van wezen. In dat tydftip van ons beftaan, zyn meest alle voorwerpen nieuw , zoo dat zy gemeenlyk de geheele. aandagt naar zich trekken, en het is hier van daan, dat het denkbeeld van eenig byzonder voorwerp terftond uitgewischt word door de fchielyke opvolging en nieuwigheid van een ander, waar by nog komt het vermogen, met welk zy op het verftand werken. Haller fchryft dit gebrek van herinnering toe aan de zwakheid van het geheugen; doch het fchynt veeleer voort te komen van eene verwarring, welke noodwendig ontftaat uit het getal en de fterke indrukken van nieuwe voorwerpen. Het geheugen word zoo zeer niet ryp door eene trapswyze toeneming van dat zielsvermogen, als wel door eene vermindering van het getal en de nieuwigheid der voorwerpen, door welken de aandagt opgewekt word. In weinig jaren zyn de Kinderen in ftaat om alle hunne behoeften en verlangens te kennen te geven. Het getal van nieuwe voorwerpen vermindert daaglyks, en de indrukken, gemaakt door die, met welken zy allengskens gemeenzaam zyn geworden, worden, vergelykender wyze, geringer en belangloozer; van daar is het, dat dan de heblykheid om het oog op alles te flaan, en de drift van hunnen geest, begint te verilappen. Dit is het tydftip,waar in het noodzaaklyk word , om het verftand der Kinderen, m plaats van hun een algemeen en onbepaald gebruik

van

Sluiten