Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inden Herfst. 33'

onherlïelbaaar vernietigen of verijdelen kan. Of, herinnert gij u niet meer alle die kommeringen, die wij geduurende eenige dreigende, en gevaarvolle Lentenachten, met betrekking op den Zomer en Herfst gevoelden? Wien anders dan God hebben wij den warmen, aangenaamen, zomer, de cierlijke herfstdagen, de afwending vart alle fchaadelijke vorst, van alle onweders en fchaadelijk ongedierte te danken? Aan wien anders, als aan onsen weldaadigen God en Vader in den Hemel? Hij is het, die zich niet onbetuigd gelaat en heeft, ons den regen en de. vrugtbaare tijden van zijnen Hemel nederzond; Hij is het, die de bergen van boven bevochtigt, die het gras doet uitfpruiten voor de beesten; en het kruid ten dienst der menfchen; Hij is het, die het brood uit de aarde doet voortkoomen, en den wijn, die het hart des menfchen verheup. Laat ons derhalven, iirNE ir aards t £ ! op God ónze oogen richten; hem als den Geever en Schepper der Druiven en van den wijn erkennen, en met éen vrolijke, gevoelvolle Dankbaarheid aanbidden !

C Ons

Sluiten