is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redenvoeringen.

229

—— wyl ook het oordeel van Jefus niet doelt op ieders inborst, op ieders charakter en levenswyze in 't geheel genomen —ZZ maar op de byzondere daad, voorgedrag gen in de Gelykenis. — Hy vastte meer dan nodig was doch uit matigheid en om, wegens gierigheid, geen bezwaar in 't geweten te hebben, gaf hy Tienden van alle zyne Goederen ; (bl. 283.) doch dit verklaaren Wy eenvoudig uit zyne Godsdienfligheid naar de Wet, die by Hem met het hart weinig gemeens fchynt gehad te hebben. Ook Helt hulshoff het oordeel van den Farifeër over den Tollenaar

geheel vry van liefdeloosheid en ligtvaardigheid .

't welk ook niet anders, dan uit zyne Godsdienltige beginzels, naar ons inzien, kan verklaard , doch tevens ook nimmer goedgekeurd, worden. Wy leezen : dat de Tollenaar meer gerechtvaardigd naar huk ging. Hulshoff zegt, geheel gerechtvaardigd. Maar welke grond is 'er, en welke noodzaaklykheid, om hier den Comparativus te verbannen ? „ Hoe vreemd het

u fchyne , (dit wilde Jefus zeggen) deeze in het oog veragte man was door zyne ootmoed, enz. Gode wel*

behaaglyker dan die hooghartige Farifecrd"' Het

oogmerk der Gelykenis pleit dus evenmin voor de uitlegging van hulshoff dan de aangevoerde plaatzen. (Gen.

XXXVIII: 16.) Thamar was rechtvaardiger dan

Wuda. Juda was meer te befchuldigen maar

werdt Thamar daar door geheel vrygefprooken ? Men leeze Hechts de Gebeurtenis. Dus was ook David

(1 Sam. XXIV: 18.) rechtvaardiger dan Saul. Saul

wilde zeggen , „ Gy zyt beter man dan ik Uw

„ charakter is edeler dan het myne dit hebt gy

„ byzonder getoond, na gy, in de gelegenheid geweest „ zynde van my te dooden, myn leven gefpaard hebt." Ook ftemt het doorgaand gebruik van den Comparativus in de Heilige Schrift niet overeen met de opvat-» ting van hulshoff.

Dat de Oudvaders en de Oprechten in Israël, door veelvuldige Toezeggingen der Prophetie, en merkwaardige Aanduidzelen in de plegtigheden zelve , op een genoegzaam Heelmiddel hoopten , 't welk hen geheel van fchuld ontheffen-, en tot voorwerpen zou maaken van

Gods eeuwige Goedgunftigheid dat door de Fari-

[eeuwen, naa den wederkeer uit Babel, dit oud regtzinnig Geloof uitgerooid werdt, en, ingevolge daar van, Q 3 de