Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLLEDIGE VERZAMELING, ENZ.' 515

den zy Nationaal hy maakte van dezelven gebruik,

ten voordeele van de Nationaale Kerk. Welk ge¬

bruik 'er nu, daar die Nationaale Kerk niet meer gekend wordt, van gemaakt moet worden, kan alleen eene wyze Staatkunde bepaalen. Vraagt men eindelyk , kunnen de Kerklyken, zo zy door deeze fchikkingen nadeel lyden, geene aanfpraak maaken op fchadeloosftelling, ftaan zy in geen contract met het Beftuur, op de publieke trouw

aangegaan? Deeze vraage is weder geheel juridicq,

en kan behoudens het beginzel der zuiverfte Gelykheid ten hunnen voordeele uitgeweezen worden

„ Hoe zeer veele der zwaarigheden, door den Rapporteur tegen het Voor ft el aangevoerd , wanneer hetzelve uit dit oogpunt befchouwd wordt, van zelve wegvallen, erkennen wy nogthans, dat 'er nog meer overblyven, die geen uitzigt openen, dat deeze gewigtige zaak, ftaande het Intermediair Beftuur der Nationaale Vergadering, zal kunnen atgedaan worden."

„ Doch onder de opgetelde zwaarigheden komt ons echter eene voor,die ons van minder gewigt toefchynt dan -de Rapporteur hier aan hecht. Hy zegt: In wat betrekking zal elke byzondere Gemeente, onder het algemeen beftier gebragt, ftaan tot, welk gebruik maaken van — de-Akademien ? Van deezen althans moeten wy vraagen, hoe zal het gaan met het Godsdien/lig Onderwys der verftcheiden Gezindien, op ééne en dezelfde Hogefchoole? Of zullen vaor dezelven afzonderlyken gefticht worden P

„ Zouden Profesforén en Studenten van verfchillende Godsdienltige Belydenis niet vreedzaam in dezelfde Stad met elkander kunnen leeven ? Hoe verdraagen zich dan de Predikanten en Pastoors ? IVaar zyn die Geftichten ? Waar toe zyn zy noodig? Waar toe worden zy, die 'er zyn, nog gebruikt ? Zeker niet om 'er dagelyks Theologiefche Lesfen te houden. Worden deezen niet aan de Huizen der Profesforén gegeeven? Kon dit nu ook niet gefchie-

den?

(*) „ Die nu nog, dit leezende, en met myne uitdruklyke betuiging in de Voorreden voor den tweeden Druk van deGodsdienst afgezonderd van den Staat, als ook met het geheele Werkje zelve, vergelykende, my durfc befchuldigea van te beweeren , dat het Gouvernement de Geestelyke Goe. deren moet aanflaan , en de Traftementen der Predikanten inhouden, laat ik aan zyne domheid en eerloosheid over."

Sluiten