Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEEN El

VADERLANDSCHE

LETTER-OEFENINGEN.

J. ü. michaclis Nieuw Overzetting des Ouden Testa* ments, met Aanmerkingen voor Ongeleerden. In het Nederduitsch overgebragt. Achttiende Deel. Behelzende de Prof eetfie sn de Klaagliederen van jeremia. Te Dordrecht, by A. Blusfé en Zoon, 1796. In 'gr. 8vo, 420 II.

Met dankbetuiging aan den Nederduitfchen Vertaaler, ontvangen wy hier mede de voortzetting van den geleerden en nutten arbeid des doorluchtigen MiCHAëus. Verre boven onzen lof verheven, behoeft de Ridderlyke Hoogleeraar onze loffpraak niet. Als een offer onzer hoogagtinge , hebben wy, meer dan ééns, hem dien wierook toegezwaaid. Zonder verdere uitweidinge, treeden wy, daarom, ftraks ter zaake, om, volgens gewoonte, eenige ftaalen van 's Mans wyze van behandelinge voor te draagen. Wy verkiezen daar toe een gedeelte des drieëntwintigften Hoofdftuks. Ziet hier de Overzetting der acht eerfte Verzen, nevens de daar op 'llaande Aanmerkingen.

1 „ Wee u, gy herders, die myne kudde op een „ dwaalweg brengt, en verftrooit, fpreekt Jehova. 1

2 „ Daarom zegt Jehova, de God van Ifraël , tot de ' „ herders, die zyn volk weiden: gy hebt myne kudde

„ ver-

vs. 1.] „ By herders moeten wy hier n!et volgêns" hèt gebruik onzer taal aan Predikers en bedienaars der Kerk denken „ maar aan Regeerders en Overheden van het volk, van den Koning te beginnen. Deze Koningen en hunne Raaden Waren daaraan fchuldig, dat het Joodfche volk verftroold wierd, dewyl zy het door herhaalde wederfpannigheden voor Nebucadnezar in de daad onmogelyk maakten , het volk in hun land te laaten , en ook anderszins door verwaarloozing van het recht het volk verftrooiden , dat is, noodzaakten , hun vs« «Ierland te fchuuwen."

i.ett. 1796. no. 13. Qq

Sluiten