Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE VYANDSCHAP ONfiÉR DE DIEREN. 347

hoegenaamd, of van welke fexe, ontfnapt dezen algemeenen en zonder ondericheid niaats hebbenden moord, terwyl daarenboven de Wormen niet alleen aan bet weer zyn blootgefteld, maar ook nog door de Wespen met bare tanden gedood worden. Dit bedryf fchynt eene fchending te wezen van de ouderlyke toegenegenneid, en is e<ner eene der fterkfte regels in de dierlyke natuur; dan, de oogmerken der Natuur, fchoon zy dikwils onze naiporingen te leur ftellen , zyn egter nimmer verkeerd. Het geen ons, m de natuurdrift tot vernieling, welke jaarlyks door de Wespen bedreven word, wreed en onnatuurlyk voorkomt, is mooglyk een daad van de grootfte barmhartigheid en medelyden; want de Wespen zyn niet, gelyk de Honigbyen, met de natuurdrift begaafd om levensmiddelen op te leggen voor derzelver beftaan in den sinter. Indien zy derhalven niet te voren door hare ouders omgebragt wierden, moesten de jongen noodwendig, door den honger , een wreeden en langzamen dood fterven;' zoo dat dit oogenfcbynlyk ftreng gedrag in de huishouding der Wespen, in plaats van eene uitzondering te wezen op de algemeene weldadigheid en wysheid van de Natuur, in de daad, eene gunftige inftelling is. Daarenboven, gemerkt de vermenigvuldiging der Wespen zoo verbazend is, en zy zulk een fchadelvk geflacht zyn voor de Menfchen en andere Dieren , maar byzonder voor de verfchillende foorten der Infecten, zoo zoude die vermenigvuldiging, als dezelve niet door zulk een algemeenen moord geftremd wierd , door hare verflindingen, binnen weinig jaren, eene geheele vernieling van andere foorten te weeg brengen ; de keten der Natuur 'er door gebroken worden, en voor den Mensch en grootere Dieren allergevaarlykst wezen. &

Diezelfde vernielende natuurdrift beeft ook , waarfchvnlyk om dezelfde redenen, by de Horfels plaats. Omtrent het einde van October, worden alle de Wormen en Nymphen uit het nest gedreven en gedood. De onzydiVen en de mannelyken worden dan daaglyks flagtoffers van de koude, zoo dat op het einde van den winter eenige weinigen van de vrouwelyken tot onderhouding van het Geflacht overblyven.

Volgens ons aangenomen plan, zullen wy van dit onderwerp affcheiden met eenige aanmerkingen, ftrekkende om ons te doen toeftemmen in een ftelfel, liet welk zoo vernielend is voor een gedeelte van allerlei foorten van Z 2 fchep-

Sluiten